Gisterenmorgen in het programma De Zevende Dag zat Anneleen Van Bossuyt, de minister voor Asiel en Migratie (N-VA), tegenover Tine Claus van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Van Bossuyt herhaalde dat België volgens haar nood heeft aan “het strengste asielbeleid ooit”, terwijl Claus benadrukte dat het recht op asiel een mensenrecht blijft, ook als politici andere prioriteiten hebben. Het gesprek was geen debat, maar een botsing: tussen een beleid dat grenzen wil sluiten, en een werkelijkheid waarin mensen vluchten omdat ze nergens anders heen kunnen.
Europa maakt zichzelf onveilig voor mensen op de vlucht. Niet alleen door strengere nationale beleidslijnen zoals die van België, maar vooral door wat er aan de buitengrenzen gebeurt. Toch blijft de term “veilig land” circuleren in politieke taal, alsof dat vanzelfsprekend overeenkomt met de realiteit ter plaatse. Maar dat doet het niet.
Aan de Griekse grens met Turkije worden vluchtelingen nog steeds teruggeduwd zonder asielprocedure zogenaamde pushbacks, wat door internationale rechtbanken en mensenrechtenorganisaties als illegaal wordt bestempeld. De opvang op eilanden zoals Samos en Lesbos wordt omschreven als “gevangenis‑model”: niet bedoeld om te beschermen, maar om af te schrikken.
In Hongarije bestaat het asielsysteem bijna alleen nog op papier. Het recht om bescherming te vragen wordt er systematisch bemoeilijkt. Polen houdt mensen vast in niemandsland aan de grens met Belarus, waar ze in de kou, zonder medische zorg of procedure, vastzitten in een politieke machtsstrijd waar zij nooit om gevraagd hebben. En in Bulgarije, eveneens aan de grens met Turkije, rapporteren hulporganisaties mishandeling, pushbacks en nauwelijks toegang tot legale bescherming.
Dat zijn geen incidenten. Het zijn patronen.
En patronen vertellen een verhaal.
Een verhaal waarin Europa steeds luider zegt: wij willen jullie hier niet.
En vluchtelingen steeds minder kans krijgen om gezien te worden als mensen voordat ze als “probleem” worden bestempeld.
Gisterenmorgen werd dit pijnlijk duidelijk: het beleid kiest niet voor bescherming, maar voor afschrikking.
Afschrikking beschermt niemand. Ze creëert alleen meer kwetsbaarheid, meer clandestiniteit en meer menselijk lijden.
Als Europa werkelijk een continent van rechtsstaat en mensenrechten wil zijn, dan moet het ook handelen alsof die woorden betekenis hebben. Want zolang mensen in Griekenland, Hongarije, Polen en Bulgarije geen toegang krijgen tot bescherming, kunnen we moeilijk spreken van “veilige landen”.
Er is één waarheid die politici niet mogen vergeten:
Menselijkheid is geen mening. Het is een verantwoordelijkheid.

Reacties
Een reactie posten