Kiezers stemmen op mensen, niet op partijen, het is tijd dat hun stem ook écht gehoord wordt.
“Pas op, of je wordt nog een echte politicus.” Het is een zin die vrienden me al vaker in het oor fluisteren, en ik begrijp hen. Want voor velen staat “een echte politicus” gelijk aan iemand die liegt, die achter de coulissen postjes verdeelt, en die zijn principes aan de wilgen hangt zodra de partijvoorzitter het fluitje blaast.
Kijk om je heen en je ziet genoeg voorbeelden. Politiek is te vaak een wereld van ruggenstekerij, van carrièreplanning, van een schouwspel dat losstaat van wat burgers écht bezig houdt. Wie buiten de schijnwerpers het echte werk verzet, ziet de vruchten van die inspanning doorgaans geplukt worden door de kopstukken.
Laat me duidelijk zijn, ik speel dat spel niet mee. Als ik dit voor mezelf zou doen, dan had ik er na de vorige verkiezingen al de brui aan gegeven. Ik blijf omdat politiek wél een kracht kan zijn, een kracht om de toekomst beter te maken voor wie na ons komt, en ik zou geen Groenlid zijn als ik niet zou zeggen, voor een betere wereld, waarin ik het beter wil achterlaten dan dat ik het heb gekregen.
Binnen Groen waren de zaadjes van deze manier van politiek, een politiek van echte vertegenwoordiging in plaats van klakkeloos volgen van de partijvoorzitter, al geplant. De laatste maanden hebben we ze enkel water gegeven, om de stem van het individu te laten wegen boven de stem van de fractie.
En daarom zeg ik het luidop, ik weiger partijpolitiek te bedrijven zoals die vandaag in onze parlementen wordt opgevoerd. Want wat zien we daar? Fractiediscipline. Een groep die in koor stemt omdat één voorzitter het zo heeft beslist. Zo verdwijnt de stem van het individu, zowel van de verkozene als van de kiezer.
Dat zien we ook op het niveau van de meerderheid. We zitten in een regering die ik de “regering van de echoklank” noem, parlementsleden die maar klateren wat de voorzitters of de partij zegt. Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens het protest voor Gaza, toen Vooruit-sympathisanten en leden meekwamen demonstreren tegen een beleid waarin hun eigen partij in de meerderheid zetelt. Voor mij is dat een failliet van het politieke systeem, de meerderheid voert beleid maar wordt gedwongen dat goed te keuren, ongeacht persoonlijke overtuigingen.
En dat is een kaakslag voor de democratie. Mensen stemmen niet op een partijlogo, maar op een mens, uit empathie, uit vertrouwen dat die persoon hen zal vertegenwoordigen. Uit die empathie mag de verwachting volgen dat hun stem ook écht wordt gehoord, niet dat die verdampt in een partijlijn die vaak niet meteen, maar soms zelfs haaks staat op de waarden van de kiezer in het stemhokje.
De vraag is dus, wie vertegenwoordigt wie? De verkozene die de burger dient, of de verkozene die de partijvoorzitter gehoorzaamt? Ik heb mijn antwoord klaar, ik kies altijd voor de eerste.
En precies daarom zal ik nooit een “echte politicus” worden in de negatieve zin van het woord. Geen stemmachine, geen marionet van een partijbureau. Ik zal spreken en stemmen zoals de kiezer dat mag verwachten, eerlijk, onafhankelijk, en trouw aan de waarden die mij hier hebben gebracht.
Want mijn inzet gaat niet om macht of postjes. Ze gaat om een toekomst waarin je vrij kan liefhebben wie je wil, aan tafel kan zitten met wie je wil, en in vrede kan leven zonder angst voor dictatuur of onderdrukking.
Politiek moet weer gaan over mensen, niet over partijen.
Kijk om je heen en je ziet genoeg voorbeelden. Politiek is te vaak een wereld van ruggenstekerij, van carrièreplanning, van een schouwspel dat losstaat van wat burgers écht bezig houdt. Wie buiten de schijnwerpers het echte werk verzet, ziet de vruchten van die inspanning doorgaans geplukt worden door de kopstukken.
Laat me duidelijk zijn, ik speel dat spel niet mee. Als ik dit voor mezelf zou doen, dan had ik er na de vorige verkiezingen al de brui aan gegeven. Ik blijf omdat politiek wél een kracht kan zijn, een kracht om de toekomst beter te maken voor wie na ons komt, en ik zou geen Groenlid zijn als ik niet zou zeggen, voor een betere wereld, waarin ik het beter wil achterlaten dan dat ik het heb gekregen.
Binnen Groen waren de zaadjes van deze manier van politiek, een politiek van echte vertegenwoordiging in plaats van klakkeloos volgen van de partijvoorzitter, al geplant. De laatste maanden hebben we ze enkel water gegeven, om de stem van het individu te laten wegen boven de stem van de fractie.
En daarom zeg ik het luidop, ik weiger partijpolitiek te bedrijven zoals die vandaag in onze parlementen wordt opgevoerd. Want wat zien we daar? Fractiediscipline. Een groep die in koor stemt omdat één voorzitter het zo heeft beslist. Zo verdwijnt de stem van het individu, zowel van de verkozene als van de kiezer.
Dat zien we ook op het niveau van de meerderheid. We zitten in een regering die ik de “regering van de echoklank” noem, parlementsleden die maar klateren wat de voorzitters of de partij zegt. Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens het protest voor Gaza, toen Vooruit-sympathisanten en leden meekwamen demonstreren tegen een beleid waarin hun eigen partij in de meerderheid zetelt. Voor mij is dat een failliet van het politieke systeem, de meerderheid voert beleid maar wordt gedwongen dat goed te keuren, ongeacht persoonlijke overtuigingen.
En dat is een kaakslag voor de democratie. Mensen stemmen niet op een partijlogo, maar op een mens, uit empathie, uit vertrouwen dat die persoon hen zal vertegenwoordigen. Uit die empathie mag de verwachting volgen dat hun stem ook écht wordt gehoord, niet dat die verdampt in een partijlijn die vaak niet meteen, maar soms zelfs haaks staat op de waarden van de kiezer in het stemhokje.
De vraag is dus, wie vertegenwoordigt wie? De verkozene die de burger dient, of de verkozene die de partijvoorzitter gehoorzaamt? Ik heb mijn antwoord klaar, ik kies altijd voor de eerste.
En precies daarom zal ik nooit een “echte politicus” worden in de negatieve zin van het woord. Geen stemmachine, geen marionet van een partijbureau. Ik zal spreken en stemmen zoals de kiezer dat mag verwachten, eerlijk, onafhankelijk, en trouw aan de waarden die mij hier hebben gebracht.
Want mijn inzet gaat niet om macht of postjes. Ze gaat om een toekomst waarin je vrij kan liefhebben wie je wil, aan tafel kan zitten met wie je wil, en in vrede kan leven zonder angst voor dictatuur of onderdrukking.
Politiek moet weer gaan over mensen, niet over partijen.
Reacties
Een reactie posten