De recente reportage op VTM over het voormalig kindertehuis in Zelem raakte bij velen een gevoelige snaar. Niet alleen omdat er opnieuw sprake is van structureel falen binnen een zorginstelling, maar ook omdat dit verhaal zo pijnlijk herkenbaar is in een lange reeks van gelijkaardige dossiers.
Wat jarenlang werd weggezet als geruchten, over overleden kinderen, verdoken begraafplaatsen, een cultuur van stilzwijgen, blijkt vandaag harde realiteit. En toch gebeurt het weer: de slachtoffers blijven grotendeels naamloos, de overlevers onzichtbaar, de families met vragen achter. Hoeveel keer moet dit nog aan het licht komen voordat er eindelijk fundamentele erkenning en verantwoordelijkheid volgen?
We kunnen dit niet blijven bekijken als incidenten uit het verleden. Het gaat over mensenlevens. Over kinderen die gestorven zijn, over volwassenen die opgroeiden met diepe littekens, en over families die al generaties lang in het duister tasten over wat er écht is gebeurd.
Vanuit mijn achtergrond als gezinswetenschapper wil ik enkele fundamentele bezorgdheden delen die dringend opgepikt moeten worden door het beleid. Er moet duidelijkheid komen over wie de overleden kinderen in Zelem waren, zodat hun bestaan eindelijk erkend wordt en nabestaanden niet langer in het ongewisse blijven. Families mogen niet afhankelijk blijven van toevallige mediareportages om stukje bij beetje de waarheid over het verleden te achterhalen. Ze moeten actief en transparant geïnformeerd worden. Daarnaast is het cruciaal dat er ruimte komt voor erkenning en verwerking – niet alleen voor wie gestorven is, maar ook voor wie dit alles heeft overleefd. Tot slot is het noodzakelijk dat er politieke wil komt om dit ernstig aan te pakken, met concrete stappen richting herstel juridisch, maatschappelijk en emotioneel. Symbolische woorden volstaan niet meer.
Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat ik blij ben met de openheid van de zusters die nu hun verhaal doen. Hun inbreng geeft een waardevolle inkijk in het verleden en helpt de waarheid te reconstrueren. Het toont ook dat erkenning mogelijk is, zelfs decennia later, en dat er mensen binnen de Kerk zijn die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen.
Maar laten we eerlijk zijn: het is niet genoeg. De Kerk als instelling is vandaag nauwelijks gestraft voor wat er heeft plaatsgevonden. Laten we hopen dat er nu eindelijk echte gevolgen volgen, sterker dan wat we tot nu toe hebben gezien, zodat gerechtigheid niet alleen symbolisch is, maar concreet en voelbaar voor de slachtoffers en hun families.
Een tv-uitzending zoals deze is belangrijk: ze opent de ogen, schudt wakker, brengt stiltes aan het wankelen. Maar dat mag niet het eindpunt zijn. Er moet beleid volgen. Er moet recht gedaan worden aan het verleden, en aan de mensen die dat verleden nog elke dag meedragen.
Slachtoffers verdienen meer dan postuum medeleven. Overlevers verdienen meer dan stilte.
We kunnen het ons als samenleving niet permitteren om nogmaals te zwijgen of te vertragen.
De impact van Zelem is te groot. De verantwoordelijkheid ook.
Laat dit eindelijk het moment zijn waarop er meer gebeurt dan alleen maar ‘geschokt zijn’.
Wat jarenlang werd weggezet als geruchten, over overleden kinderen, verdoken begraafplaatsen, een cultuur van stilzwijgen, blijkt vandaag harde realiteit. En toch gebeurt het weer: de slachtoffers blijven grotendeels naamloos, de overlevers onzichtbaar, de families met vragen achter. Hoeveel keer moet dit nog aan het licht komen voordat er eindelijk fundamentele erkenning en verantwoordelijkheid volgen?
We kunnen dit niet blijven bekijken als incidenten uit het verleden. Het gaat over mensenlevens. Over kinderen die gestorven zijn, over volwassenen die opgroeiden met diepe littekens, en over families die al generaties lang in het duister tasten over wat er écht is gebeurd.
Vanuit mijn achtergrond als gezinswetenschapper wil ik enkele fundamentele bezorgdheden delen die dringend opgepikt moeten worden door het beleid. Er moet duidelijkheid komen over wie de overleden kinderen in Zelem waren, zodat hun bestaan eindelijk erkend wordt en nabestaanden niet langer in het ongewisse blijven. Families mogen niet afhankelijk blijven van toevallige mediareportages om stukje bij beetje de waarheid over het verleden te achterhalen. Ze moeten actief en transparant geïnformeerd worden. Daarnaast is het cruciaal dat er ruimte komt voor erkenning en verwerking – niet alleen voor wie gestorven is, maar ook voor wie dit alles heeft overleefd. Tot slot is het noodzakelijk dat er politieke wil komt om dit ernstig aan te pakken, met concrete stappen richting herstel juridisch, maatschappelijk en emotioneel. Symbolische woorden volstaan niet meer.
Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat ik blij ben met de openheid van de zusters die nu hun verhaal doen. Hun inbreng geeft een waardevolle inkijk in het verleden en helpt de waarheid te reconstrueren. Het toont ook dat erkenning mogelijk is, zelfs decennia later, en dat er mensen binnen de Kerk zijn die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen.
Maar laten we eerlijk zijn: het is niet genoeg. De Kerk als instelling is vandaag nauwelijks gestraft voor wat er heeft plaatsgevonden. Laten we hopen dat er nu eindelijk echte gevolgen volgen, sterker dan wat we tot nu toe hebben gezien, zodat gerechtigheid niet alleen symbolisch is, maar concreet en voelbaar voor de slachtoffers en hun families.
Een tv-uitzending zoals deze is belangrijk: ze opent de ogen, schudt wakker, brengt stiltes aan het wankelen. Maar dat mag niet het eindpunt zijn. Er moet beleid volgen. Er moet recht gedaan worden aan het verleden, en aan de mensen die dat verleden nog elke dag meedragen.
Slachtoffers verdienen meer dan postuum medeleven. Overlevers verdienen meer dan stilte.
We kunnen het ons als samenleving niet permitteren om nogmaals te zwijgen of te vertragen.
De impact van Zelem is te groot. De verantwoordelijkheid ook.
Laat dit eindelijk het moment zijn waarop er meer gebeurt dan alleen maar ‘geschokt zijn’.

Reacties
Een reactie posten