Hoe monsters, monster worden


Mijn definitie van een monster: Een mens die door pijn, mishandeling of omstandigheden zijn geweten verliest en daardoor zonder berouw schadelijk kan berokken.
    
We denken bij het woord monster vaak aan sprookjes, horrorfilms of de Griekse mythologie. We zien wezens met klauwen, scherpe tanden, een honger naar bloed en een verlangen naar duisternis. Maar zoals we als kind leerden: zulke monsters bestaan niet. Ze zitten niet onder je bed. Ze verschuilen zich niet in je kast.
Maar wat als ik je zeg dat ze wél bestaan, en dat ze gewoon naast je zitten op de bus, dat je ze hoort spreken op televisie, hun woorden leest in de krant of hen vriendelijk groet op straat?
De monsters van vandaag zijn zelden herkenbaar. Ze dragen stropdassen, wonen in rijwoningen of appartementsgebouwen, scrollen op hun telefoon, maken een praatje met een vriend of vragen je hoe je weekend was. Echte monsters hebben geen horens en geen vlijmscherpe tanden. Nee, ze hebben excuses.

Wanneer wordt een mens een monster?

Die vraag is niet eenvoudig. Ze is complex, gelaagd, en vaak pijnlijk dichtbij. Mensen worden zelden zomaar monsters. Hun gedrag ontstaat vaak uit diepe pijn: mishandeling, verwaarlozing, vernedering, indoctrinatie of extreme eenzaamheid kunnen hen vormen.
Toch wordt niet iedereen die gekwetst werd zelf een bron van kwaad. Integendeel, vele maken net van hun kwetsuren een bron van kracht. Denk aan de ervaringsdeskundige die zijn verhaal deelt om anderen te helpen, de maatschappelijk werker die zijn eigen verleden inzet om bruggen te bouwen, de vrijwilliger die soep uitdeelt op straat omdat hij weet hoe het voelt om vergeten te worden, de advocaat die bemiddelt met oprechte aandacht, of de rechter die bij het vellen van een vonnis echt luistert naar alle partijen. 
Zij bewijzen dat pijn niet altijd leidt tot verbittering, haat of machtshonger, maar ook tot empathie, verantwoordelijkheid en verbondenheid. Waar de een in pijn een reden ziet om anderen pijn te doen, ziet de ander er een roeping in om zorgzaam en waakzaam te zijn.

Maar er zijn natuurlijk ook mensen die nooit grenzen kregen, nooit leerden wat empathie is, die opgroeiden zonder moreel kompas. Psychopaten, narcisten, mensen zonder geweten. Ze kunnen charmant zijn, geliefd zelfs, zoals de wolf die zich vermomt als grootmoeder. Maar als je goed kijkt, zie je iets kouds, iets hols, een leegte waar empathie had moeten zitten.

In zijn boek Without Conscience beschrijft psycholoog Robert Hare hoe psychopathie zich uit in oppervlakkige charme, pathologisch liegen en een totaal gebrek aan berouw (Hare, 1999). Zulke mensen wijzen de schuld steevast naar buiten, zelfs voor schade die ze zelf aanrichten, en dat zonder enige vorm van schaamte of gewetenswroeging.

Het monster in onszelf

Misschien is het meest angstaanjagende nog wel dit: er schuilt in ieder van ons een monster. We houden onszelf graag voor dat we immuun zijn voor kwaad, dat we nooit tot zoiets in staat zouden zijn. Maar de persoon die je vandaag in de spiegel ziet, is niet noodzakelijk dezelfde als degene die je morgen zal begroeten tijdens het tandenpoetsen, het kammen van je haar of je dagelijkse kattenwasje.
We zijn vatbaar. Voor angst, voor haat, voor gemak. En precies in dat gemak ontstaat het meeste kwaad.

De banaliteit van het kwaad

Hannah Arendt beschreef het tijdens het Eichmann-proces in Jeruzalem. Niet als demon, niet als sadist, maar als een middelmatige bureaucraat, een grijze man die zijn werk deed zonder zich vragen te stellen bij de gevolgen (Arendt, 1963).
Ze noemde het de banaliteit van het kwaad: het idee dat de grootste gruweldaden niet voortkomen uit pure haat, maar uit gehoorzaamheid, uit plichtsgevoel, uit gewoonte.
Vandaag zien we echo’s daarvan overal. In oorlogen, in politieke onderdrukking, in systematische corruptie. In mensen die hun geweten opofferen voor comfort, voor carrièredoelen, voor groepsdruk. Monsters leven van gewoontes. En wij voeden die gewoontes door te zwijgen, weg te kijken of ons te verschuilen achter regels en rollen.

Hoe weersta je een monster?

De vraag is dus niet enkel hoe monsters ontstaan, maar vooral: hoe weerstaan we hen?
We zien het gevaar in volle glorie bij figuren zoals Vladimir Poetin, die onder het mom van nationale trots en veiligheid oorlog voert tegen buurlanden en mensenrechten negeert. Of bij Donald Trump, die met leugens, verdachtmakingen en complottheorieën de Amerikaanse democratie op haar grondvesten deed beven, zoals de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 (Rosenberg & Parlapiano, 2021).

Ook in Europa zien we een gevaarlijke trend. Extreemrechtse leiders als Viktor Orbán in Hongarije, Marine Le Pen in Frankrijk en Geert Wilders in Nederland of Dries Van Langenhove, Tom Vandendriessche en Filip Dewinter Hier in ons eigen thuisland. Gebruiken angst, migratie en nationalistische gevoelens als brandstof om macht te grijpen. Ze creëren een wij-zij-denken waarin nuance verdwijnt, empathie verhardt en de democratische grondslag begint af te brokkelen.

En dan is er Palestina, een plek waar al generaties lang monsters worden gevormd, aan beide kanten van de muur. Waar bombardementen op burgers worden goedgepraat als ‘zelfverdediging’ en waar extremisme wortels schieten in de assen van vernietiging. Het Israëlisch-Palestijns conflict toont hoe macht, trauma, wraak en politieke propaganda samen een dodelijke cocktail vormen waarin menselijkheid systematisch wordt uitgehold. Wanneer ziekenhuizen worden gebombardeerd, wanneer kinderen sterven in vluchtelingenkampen en de wereld stil blijft, worden we opnieuw geconfronteerd met de banaliteit van het kwaad, niet alleen bij de daders, maar ook bij zij die zwijgen (UN OCHA, 2024).
We mogen de vraag niet langer vermijden: wat is ons aandeel in het blijven bestaan van deze monsters?

Wat kunnen wij doen?

Het is verleidelijk om te denken dat we niets kunnen doen, dat we maar kleine radertjes zijn in een groter systeem. Maar precies daar schuilt het gevaar: in passiviteit, in niet gaan stemmen, in niet reageren op haatdragende uitspraken, in toekijken terwijl normen verschuiven en mensen hun rechten verliezen.
Wat we nodig hebben is onderwijs dat kritisch denken en empathie stimuleert, mediawijsheid zodat propaganda herkend wordt, en mensen die durven spreken op café, in de klas, aan de keukentafel. We hebben stemmen nodig die weigeren te buigen voor haat.
Internationale solidariteit begint niet bij grote gebaren, maar bij een duidelijke houding. Je kiest geen kant voor wie macht heeft, maar voor wie dreigt vermalen te worden onder die macht, ongeacht afkomst, religie of vlag.
Zoals Zimbardo schreef in The Lucifer Effect is het niet genoeg om kwaad te herkennen. We moeten actief oefenen in goedheid, in rechtvaardigheid en in verantwoordelijkheid (Zimbardo, 2007).

Conclusie: monsters worden niet geboren, ze ontstaan

Dit is geen pleidooi om slechtheid goed te praten. Het is een waarschuwing. Monsters worden zelden geboren. Ze ontstaan. Uit trauma, uit indoctrinatie, uit pijn. Maar ook uit gemak, uit gehoorzaamheid, en soms zelfs uit een goedbedoeld idee van wat normaal is.
De monsters van onze tijd zijn mensen die hun empathie zijn kwijtgeraakt, hun verantwoordelijkheid hebben overgedragen of hun menselijkheid hebben ingeruild voor macht, status of wrok.
En als we niet opletten, als we onze eigen spiegel niet kritisch blijven bekijken, dan dragen ook wij vroeg of laat die stropdas. Met excuses in plaats van tanden.


Reacties