De lichtpuntjes van Brussel: De gezichten achter het Drugsgebruik

 


 De lichtpuntjes van Brussel

De gezichten achter het Drugsgebruik

Wie mij kent, weet dat ik mijn hart ben verloren in Brussel.
En dan vooral in Schaarbeek.
Daar waar ik nu nog altijd werk én waar ik mijn opleiding gezinswetenschappen heb afgerond.

Iedere werkdag loopt mijn wekker al om 4u30 af.
Maar eerlijk… dat voelt voor mij niet als een straf.
Er is iets in die stad dat mij altijd vooruit trekt.

En dan zit ik op de trein en hoor ik de conducteur zeggen:

"We komen aan in de zone Brussel, volgende haltes zijn Brussel-Noord, Brussel-Centraal en Brussel-Zuid.
Nous arrivons dans la zone de Bruxelles. Les prochains arrêts sont Bruxelles-Nord, Bruxelles-Central et Bruxelles-Midi."

Op dat moment hoor ik in mijn hoofd vaak Jacques Brel zingen:

“Bruxelles, attends-moi j’arrive,
Bientôt je prends la dérive,
Je reviens à toi…”

Die woorden passen zo hard bij wat ik voel.
Want Brussel trekt mij elke keer opnieuw naar zich toe,
met al haar lelijke kanten én al haar schoonheid.

En toch weet ik, nog voor ik de trappen van het Noordstation afga,
dat ik daar mannen ga zien die op de treden en op straat drugs verkopen.
Dat beeld staat er al jaren.
Het doet pijn.

Telkens opnieuw wordt dat stukje Brussel zo negatief neergezet.
Alsof die dealers en gebruikers dé oorzaak zijn van alles wat er fout loopt.
En ja, een stukje zal dat wel kloppen.
Maar diep vanbinnen zegt iets in mij dat het probleem veel groter is dan dat.

Mensen beginnen niet zomaar met drugs.
Net zoals jongeren in het middelbaar ook niet zomaar beginnen met roken –
of dat nu een e-sigaret is of een gewone sigaret.

En dat grotere probleem zie ik elke dag een beetje scherper.
Mensen beginnen niet zomaar aan drugs.
Achter dat eerste lijntje of die eerste pil zit vaak een verhaal.
Soms is het verdriet, een jeugd die vol klappen zat.
Soms is het armoede, nergens bij horen, geen kansen krijgen.
Soms is het gewoon de druk van vrienden: “kom, probeer eens mee”.
En voor je het weet, is iets wat begint uit nieuwsgierigheid een manier om te ontsnappen.

Onderzoekers zeggen het ook:
het gaat vaak over psychisch lijden, een onveilige thuissituatie, armoede, groepsdruk en soms ook gewoon een brein dat op jonge leeftijd sneller risico’s neemt.
Het is dus veel complexer dan alleen maar “ze kiezen ervoor”.

Daarom moeten we als persoon én als samenleving voorbij het gedrag kijken,
en de mens achter het drugsgebruik proberen te zien, hoe moeilijk dat ook kan zijn.

Zoals Manu Keirse het beschrijft in zijn boek Helpen bij verlies en verdriet:
"Verslaving is vaak een vorm van levend verlies waarbij mensen een deel van zichzelf, hun identiteit, kwijtraken.
Ze ervaren een voortdurende rouw om wat ze verloren zijn, vaak onzichtbaar voor anderen."

Pas wanneer we die mens met al zijn, haar of x pijn, kwetsbaarheid én dromen weer herkennen, kunnen we werkelijk helpen.
Het gaat niet alleen om het stoppen van het gebruik, maar om het herstellen van hun eigen verhaal en zelfbeeld.

Dat is mijn oproep aan iedereen die met deze problematiek werkt:
beleidsmakers, straathoekwerkers, dokters, leerkrachten en gemeentebesturen.
En vooral aan een Brusselse regering die we nog altijd missen, maar dringend nodig hebben.

Want zonder een mensgerichte aanpak die oog heeft voor het verlies van hun identiteit en de nood aan herstel, blijven we gevangen in een cirkel van problemen.
We bestrijden dan telkens alleen de symptomen, zonder te durven kijken naar de onderliggende oorzaken.

Gelukkig zijn er in Brussel al verschillende organisaties die deze mensgerichte aanpak omarmen.
Ze bieden laagdrempelige hulpverlening, sociale en mentale ondersteuning en creëren veilige plekken waar mensen hun verhaal kunnen delen zonder oordeel.
Denk aan straathoekwerkers, buurtcentra en herstelprojecten die mensen helpen hun identiteit terug te vinden en hen een nieuwe start geven.

Toch is dit niet voldoende zolang er geen brede, structurele steun is vanuit het beleid en de overheid.
Daarom is het zo belangrijk dat we als samenleving blijven investeren in deze initiatieven en ruimte geven voor herstel en re-integratie in werk en maatschappij.

Het stigma rond drugsgebruik maakt het herstelproces vaak nog moeilijker.
Mensen voelen zich schuldig of uitgesloten, waardoor ze minder snel hulp zoeken.
Daarom roep ik iedereen op om mensen met openheid te benaderen en het gesprek aan te gaan zonder oordeel.
Alleen zo kunnen we het isolement doorbreken en echte verandering brengen.

Als we durven te investeren in een mensgerichte aanpak, met begrip en respect, dan kunnen we het verschil maken.
Dan geven we niet alleen mensen een kans om te herstellen, maar bouwen we ook aan een sterkere, rechtvaardigere samenleving waarin iedereen meetelt.

En zoals Toon Hermans het ooit mooi omschreef

Er moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.
Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken

Die mensen moeten er zijn.


Reacties