We spreken nu al jaren over “klimaatopwarming”. Maar als we eerlijk zijn, klopt dat woord niet meer. Uit onderzoek van onder andere klimaatwetenschapper Nerilie Abram blijkt dat onze aarde al eeuwenlang fases doormaakt van opwarming en afkoeling. Het klimaat verandert dus van nature. Maar sinds de industriële revolutie, rond 1830, is er iets anders aan de hand. De temperatuur stijgt sneller dan ooit tevoren, en dat komt niet door de natuur, maar door ons.
We leven dus niet in een wereld waar het gewoon wat warmer wordt. We leven in een klimaat dat uit balans is geraakt. Een klimaat dat wij mensen zelf hebben verstoord.
De term “klimaatopwarming” dekt de lading niet meer. Het klinkt alsof het enkel om een paar graden meer gaat. Maar in realiteit zien we veel meer dan dat. Droogtes, overstromingen, stormen, extreme hitte, smeltende ijskappen, verzurende oceanen, mislukte oogsten. Alles tegelijk, overal ter wereld. Het klimaat is niet alleen aan het opwarmen. Het is volledig ontregeld.
Volgens voormalig NASA-wetenschapper James Hansen is het duidelijk dat we het natuurlijke klimaatsysteem aan het breken zijn. En dat gebeurt razendsnel.
Waarom is het klimaat verstoord? Omdat wij als mensen massaal fossiele brandstoffen verbranden. Omdat we bossen kappen, methaan uitstoten via onze veeteelt, fabrieken laten draaien, vliegen, consumeren en verspillen. Sinds de industriële revolutie is de gemiddelde temperatuur wereldwijd al met meer dan 1,2 graden gestegen. En volgens de Wereld Meteorologische Organisatie zitten we al tegen 2028 aan de grens van 1,5 graden. Dat is de drempel waarbij de gevolgen echt onomkeerbaar worden.
Wat moeten we daaraan doen? De Belgische en Europese overheden moeten nu keuzes maken die écht het verschil maken. Geen halve maatregelen meer. We moeten veel sneller naar een klimaatneutraal systeem. Meer investeren in zonne- en windenergie, en tegelijk stoppen met subsidies voor olie, gas en steenkool.
Onze dijken, rivieren en steden moeten voorbereid worden op zwaardere overstromingen. Onze landbouw moet anders, klimaatvriendelijker. En onze leefomgeving moet groener en beter bestand zijn tegen droogte en hitte.
Maar dit klimaatbeleid moet ook sociaal rechtvaardig zijn. Niet iedereen kan zomaar een elektrische wagen kopen of zijn woning isoleren. Daarom moet de overheid extra ondersteunen: hogere renovatiepremies voor wie het moeilijk heeft, betaalbaar en goed openbaar vervoer, sociale energietarieven, en begeleiding voor gezinnen in kwetsbare situaties. Iedereen moet kunnen meedoen aan de transitie. Als we dat vergeten, creëren we ongelijkheid én weerstand.
Ook wij als burgers kunnen iets doen. Minder vlees eten. Meer fietsen en minder vliegen. Onze huizen beter isoleren. Overstappen naar groene stroom. Lokale producten kopen. Bomen planten. Samenwerken in onze buurt. En vooral: stemmen op politici die het klimaat ernstig nemen.
Volgens analyses van het Federaal Planbureau en andere Belgische instellingen kunnen onze keuzes als burger een belangrijk verschil maken. Een gedragsverandering op grote schaal kan tot een kwart van de uitstootreductie opleveren tegen 2030.
En laten we ook eerlijk zijn over wie de gevolgen nu al voelt. In laaggelegen gebieden zoals Bangladesh of delen van Afrika, maar ook in Belgische regio’s zoals West-Vlaanderen of Limburg, is de impact al voelbaar. Overstromingen, mislukte oogsten en verzilt grondwater zijn geen toekomstmuziek. En in landen met minder middelen zijn mensen veel kwetsbaarder. Zij hebben vaak geen dijken, geen noodhulp, geen vangnet. Terwijl ze zelf nauwelijks iets hebben bijgedragen aan de oorzaak.
Daarom moeten we stoppen met spreken over “klimaatopwarming”. Dat klinkt veel te zacht. Het dekt niet wat er echt aan de hand is.
De waarheid is harder: we leven in een klimaat dat we zelf aan het verstoren zijn. En als we willen dat er nog iets te herstellen valt, moeten we dat ook zo benoemen. Want alleen wat we durven erkennen, kunnen we veranderen.
Reacties
Een reactie posten